Geen taboes rond het verduurzamen van bestaande hoeves

02-03-2022

Functiewijzigingen versterken onze omgeving zonder bijkomende verharding   

Het recente bouwshiftakkoord maakt snellere en kwaliteitsvolle kernversterking hoognodig. De lokale besturen zitten nu in pole position om dat mee te realiseren. Maar ook het verduurzamen van de bestaande ruimte is een belangrijk speerpunt om onze regio zowel verder te ontplooien als om de klimaatuitdaging aan te gaan. In Vlaanderen zijn gronden meer dan elders in handen van particulieren en huishoudens. Alleen in partnership met hen kunnen snel stappen vooruit worden gezet op het vlak van o.a. biodiversiteit en waterhuishouding. Ook de bestaande hoeves van gepensioneerde boeren bieden opportuniteiten om uiteenlopende voorzieningen te huisvesten zonder dat er nieuwe verharding nodig is. Bovendien kunnen de tuinen rond die bestaande hoeves aanzienlijk aan biodiversiteit winnen en het landschap aantrekkelijk maken dankzij de inspanningen van particulieren, huishoudens en ondernemers. Of dat al dan niet bijkomend ruimtebeslag is, is een statistisch maar geen reëel probleem. 

Met het recente akkoord van de bouwshift kunnen lokale besturen tot meer dan een kwart van de bouwgronden voor woningen neutraliseren. De Vlaamse Confederatie Bouw schuift naar voren dat zo'n grootschalige neutralisatie van gronden enkel haalbaar is als het verdichtingsritme in en rond kernen niet langer stagneert maar sneller toeneemt. Inspanningen van overheidswege om kernen te versterken en te verbeteren maken er onlosmakelijk deel van uit. In het andere geval komt niet alleen de vastgoed- en huurmarkt, maar ook de steeds drukkere woonomgevingen onder druk te staan.

Bovendien is de doelstelling tegen 2040 van 0 ha/dag bijkomend ruimtebeslag enkel haalbaar als er resoluut wordt ingezet op het optimaliseren en verduurzamen van de bestaande ruimte. Ook de bestaande hoeves van gepensioneerde boeren bieden opportuniteiten voor uiteenlopende voorzieningen en meer biodiversiteit. Nergens hebben particulieren en huishoudens zoveel gronden in eigendom als in onze regio. Daarom is een partnership met hen cruciaal. 

In uitvoering van het Regeerakkoord en zoals voorzien in de BBT Omgeving worden ongewenste transformaties in de openruimte afgeremd i.f.v. de vermindering van het bijkomend ruimtebeslag en ontharding, via aanpassing van de regelgeving (...) Zonevreemde functiewijzigingen worden gekoppeld aan kwaliteitseisen en voorwaarden die het ruimtebeslag actief terugdringen (sloop bijgebouwen, verminderen van volume en verharding, ...). We werken eventuele drempels weg en verruimen anderzijds de mogelijkheden voor functiewijzigingen, beide in functie van verweving en kwalitatieve verdichting in harde bestemmingen. (Conceptnota Bouwshift 22.02.2222).  

Uit het laatste landbouwrapport (mei 2021) blijkt dat de landbouwsector vergrijst en te weinig opvolgers kent. In 20 jaar is het aantal professionals - overwegend familiebedrijven - in de sector met 40% afgenomen. Vaak komen veel grotere en intensievere landbouwbedrijven in de plaats. Maar gepensioneerde boeren kunnen tot op vandaag hun hoeve aan niet-landbouwers verkopen. Lokale overheden gaan dan na of een gevraagde functiewijziging opportuun is of niet. Dit speelt zich af tegen de achtergrond van een landbouwsector die kampt met aanzienlijke economische en ecologische uitdagingen.

Niet alleen kan dit leiden tot ontharding van o.a. overbodige bijgebouwen, maar ook tot meer bos, natuur en tuinen. Daarbij is een partnership met nieuwe eigenaars de hefboom bij uitstek. Wie een oude hoeve bijv. renoveert tot een B&B om recreatie en toerisme in open ruimte te stimuleren, is immers gebaat bij een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving vol biodiversiteit. Wie een oude hoeve en zijn bijgebouwen wil inzetten als zorginfrastructuur dichtbij en op maat van huishoudens in een gemeente, helpt de nodige voorzieningen te versterken zonder dat bijkomende verharding zich opdringt. 

Mocht een bestaande hoeve niet langer voor landbouwactiviteiten worden benut , maar eerder als woning of voor recreatie of zorg, dan kunnen lokale besturen geval per geval evalueren of die functiewijziging opportuun is of niet. Vandaag leidt zo'n functiewijziging die gepaard gaat met een vergunningsaanvraag voor bijv. een ingrijpende energetische renovatie, tot bijkomend ruimtebeslag in de ruimteboekhouding, terwijl die hoeve er al decennia of langer kan geweest zijn en terwijl die verandering net gepaard kan gaan met ontharding. Die statistische bijzonderheid creëert enkel verwarring en geeft de indruk dat bebouwing toeneemt, terwijl op het terrein net het tegendeel kan waar zijn. Dat is nefast voor een transparant beleid met als finaliteit een betere leef- en woonomgeving voor huishoudens. De verhardingsgraad is daarom een veel eenduidigere leidraad, zegt Marc Dillen van de VCB.