Think globally, act locally

13-01-2021

Ploeg van meer dan 2 miljoen huishoudens kan ecologische voetafdruk verlagen dankzij off-gridsystemen in de bouw

Het zijn concrete inspanningen op lokaal niveau die grote maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaatopwarming, waterbeheer, energiedoelstellingen en mobiliteit in een stroomversnelling zullen brengen. Meer nog, niet alleen de lokale aanpak maar ook decentrale off-gridsystemen uit de bouw staan steeds vaker voorop. Denk aan de groene energieproductie en -opslag; en de opvang, hergebruik en infiltratie van hemelwater op gebouwenniveau. 2,2 miljoen huishoudens of bijna 8 op de 10 Vlamingen wonen in een grondgebonden woning die de mogelijkheden biedt om snel hun ecologische voetafdruk aanzienlijk te verlagen, terwijl in kernen en centra veeleer overheidsinvesteringen nodig zijn voor grootschalige collectieve ingrepen. Daarnaast werd gestart met de uitrol van lokale vertakte netwerken van mobihubs met duizenden laadpalen en een uitgebreide fietsinfrastructuur.

Energie

In januari regent het lijstjes met de resultaten van het voorgaande jaar. 2020 kunnen we als recordjaar optekenen in de productie van hernieuwbare energie. Daarbij gaat het niet alleen om windenergie, maar ook om zonne-energie dankzij de pv-panelen op daken van gezinswoningen en de groene warmteproductie dankzij geothermische warmtepompen van huishoudens en warmtenetten via de uitwisseling van restwarmte met bijv. nabije industrie. Samen met performante thuisbatterijen sluiten deze off-gridsystemenen aan bij de opkomst van lokale energiegemeenschappen die vervat zitten in het energiebeleid voor Vlaanderen. Zo lopen er vandaag verschillende proefprojecten waarbij de afstemming voorop staat tussen de lokale productie van hernieuwbare energie, de opslag ervan en het elektrische wagenpark. Onze regio haakt in op de Europese demarche van lokale energiegemeenschappen waar zowel de productie als de verdeling van elektriciteit en warmte decentraal en lokaal gebeuren.

Mobiliteit

2020 gaf ook elektrisch vervoer een boost. Uit de mobiliteitsbarometer van het verkeersinstituut Vias blijkt dat de vraag naar de elektrische fiets en elektrische wagen zich op recordhoogte bevindt. Voorts zien we dat vooral bedrijfswagens met een elektromotor het voorbije jaar aanzienlijk zijn toegenomen. 5,3 % van de nieuwe bedrijfswagens zijn zuiver elektrisch, terwijl 15,3 % hybride is. Meer dan 1 op de 5 nieuwe bedrijfswagens beschikt dus over een elektromotor.

Het masterplan mobiliteit van de Vlaamse overheid zet in op onder meer elektrisch (deel)vervoer. De lokale vervoersregio's vormen de basis. En die overstijgen het 19de eeuwse spoorwegennet in ons land en bestaan uit een gelaagd model van netwerken. Focus ligt op een gecombineerd traject van verschillende vervoersmiddelen en vooral goede overstapmogelijkheden tussen fiets, deelwagens, openbaar vervoer enz. Essentieel als valabel alternatief voor een volledig traject met de eigen wagen. Laadpalen voor elektrische (deel)vervoer en uitgebreide fietsinfrastructuur vormen belangrijke pijlers.

Ook het gebruik van apps kan een shift in ons vervoersgedrag helpen stimuleren. Daarbij wordt mobility as a service als principe gehanteerd. Een telefoon-app helpt je vlot overschakelen van fiets naar deelauto en openbaar vervoer. In volgend filmpje breekt hoogleraar architectuur en urbanisatie Alexander D'Hooge een lans voor het gebruik van dergelijke apps om ons vervoer te optimaliseren: www.stadnacorona.be 

Water

Huishoudens helpen in onze regio al in geruime mate mee aan het opvangen van hemelwater en het hergebruik op gebouwenniveau. Zo onderzoekt Aquafin momenteel of in de toekomst privéregenwaterputten kunnen ingezet worden in strijd tegen droogte en zware regenval. Met sensoren en automatische sturing willen zij putten van particulieren laten leegstromen in het geval er veel regen verwacht wordt. Met dit initiatief wil aquafin de regenwateropvang en de buffers die al voorhanden zijn innovatief inzetten tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Ook voor waterzuivering en de verwerking van afvalwater is vandaag al een decentrale aanpak aangewezen voor een aantal bestaande woningen die niet kunnen worden aangesloten op de riolering. Zij zuiveren individueel hun afvalwater l via de installatie van een IBA (individuele behandeling afvalwater). Dergelijke installaties bij grondgebonden woningen kunnen bovendien gecombineerd worden met systemen van regenwaterrecuperatie en -infiltratie.

Daarnaast kunnen de tuinen van gezinnen, die 10 % van de Vlaamse oppervlakte uitmaken, ingezet worden om de infiltratie van regenwater in de bodem te bevorderen. Naast groendaken, groene gevels, rain gardens in onze straten enz. biedt immers de ontharding van terrassen en voortuinen mogelijkheden. De tuinen van huishoudens kunnen niet alleen de biodiversiteit en inheemse plantensoorten helpen maar ook de wateropvang via bijv. de aanleg van een wadi op het laagste punt. In stedelijke centra en kernen doen lokale besturen er trouwens goed aan om slimme verharding te creëren met een optimale afwatering naar lager gelegen collectieve, tijdelijke infiltratie- en bufferbekkens voor hemelwater.

lager gelgen wadi als tijdelijk bufferbekken
lager gelgen wadi als tijdelijk bufferbekken

Als je kijkt naar corona in de stad dan denk ik dat mensen op een grotere afstand van elkaar moet kunnen vertoeven of wonen. We moeten dat kunnen accommoderen zonder het idee van de stad op te geven. het voortdurende pleidooi voor dichtheid daar heb ik sympathie voor, maar tegelijkertijd is er in mijn vakgebied een soort van verdichtingskerk waar het een soort dogma geworden is en dan ben ik het er helemaal niet meer mee eens. Na deze crisis moeten we aan mensen meer ruimte geven om afstand te nemen van elkaar in wijken met een lagere dichtheid, maar die zich wel verhouden in een stedelijk verband,

aldus hoogleraar urbanisatie en architectuur Alexander D'Hooge. Bekijk zijn volledige discours via www.stadnacorona.be

grondgebonden woningen in een stedelijke omgeving
grondgebonden woningen in een stedelijke omgeving

Ruimte

De voorbije coronaperiode heeft heel wat vragen doen rijzen bij de draagkracht van onze binnensteden. Nood aan ruimte en groen kwam met stip bovenaan de checklist van kandidaat-kopers. Bovendien hebben zowel de notarisvereniging als vastgoedexperts onlangs gemeld dat de rush op huizen met tuin aanhouden. Huishoudens blijken vooral op zoek te zijn naar grotere woningen, maar ook meerkamerflats met terras doen het goed. Vooral jonge gezinnen blijven onze centra verlaten om elders - meer bepaald in randgemeenten of in buitengebied - een nieuwe, grotere woning te zoeken. Onlangs heeft de VCB vastgesteld dat die trend ook een verschuiving in nieuwbouw heeft teweeggebracht: terwijl de laatste 25 jaar de bouw van flats een hoge vlucht nam en de woningbouw heeft overvleugeld, zien we dat er momenteel minder flats worden gebouwd maar evenveel nieuwe huizen als voorheen. Bijgevolg stijgt het aandeel nieuwe huizen. Meer weten?

Terwijl een gebouw in de loop van zijn levensduur van gebruiker kan wisselen, verandert het nederzettingspatroon over een lange tijd nauwelijks. Meer nog, over heel Vlaanderen zien we de komende tien jaar een gemiddelde toename van het aantal huishoudens met 5 %. Die demografische groei doet zich niet alleen voor in belangrijke knooppunten, maar ook buiten de Vlaamse ruit is die trend aanwezig. Kwaliteitsvolle verkerning is een noodzaak om bijkomende woonnoden in te vullen, maar ook de bestaande bebouwing dient aangepakt te worden om de bijkomende gezinnen te huisvesten en de maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Een slimme bouwshift heeft daarbij oog voor het versterken van de bestaande bebouwing op het vlak van energie, water, groen enz. Naast de grootschalige investeringsprogramma's die overheden dienen op te zetten in onze centra en kernen, kunnen ook off-grid systemen van grote waarde zijn om het aanzienlijk arsenaal aan bestaande suburbane gezinswoningen klaar te stomen voor de toekomst. Daarbij kan elk huishouden naargelang de eigen budgettaire mogelijkheden de ecologische voetafdruk van de gezinswoning verbeteren,

besluit Marc Dillen van VCB.