‘Verstedelijking van buitengebied’ gaat niet gepaard met bijkomende woningbouw

19-01-2022

Bijkomende woningbouw is onmogelijk in natuur- en landbouwgebied

Onlangs hebben experts van natuur- en landbouwverenigingen en planologen in het Vlaams Parlement de 'verstedelijking of residentialisering van buitengebied' aan de kaak gesteld. Hoewel die term suggereert dat er woningen bij de vleet worden opgetrokken, is niets minder waar. Het gaat enkel om bestaande hoeves die in de ruimteboekhouding van de rubriek landbouw naar de rubriek wonen verhuizen. Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw wijst dit op de kafkaiaanse opvolging van de ruimtelijke evolutie. Sterker nog, een substantieel deel van het bijkomend ruimtebeslag van de laatste jaren, blijkt op het terrein te gaan om oude boerderijen die een residentiële functie kregen. Bijgevolg ging het niet om nieuwe woningbouw en gaat het om statistische spielerei. 

Verstedelijking van buitengebied gaat enkel over bestaande hoeves, niet over bijkomende woningbouw. Dat is onmogelijk in landbouw- en natuurgebied.
Verstedelijking van buitengebied gaat enkel over bestaande hoeves, niet over bijkomende woningbouw. Dat is onmogelijk in landbouw- en natuurgebied.

De betongolf waar een paar jaar geleden experts gretig mee uitpakten, blijkt intussen veeleer om de gewenste verdichtingsbeweging te gaan. Nu wordt de verstedelijking van natuur- en landbouwgebied hoog op de agenda gezet. Hoewel de term heel wat bouwactiviteit doet vermoeden, beperkt zich dat tot bestaande hoeves die een woonfunctie kregen na renovatie of sloop en heropbouw. Er komt geen bijkomende woningbouw bij kijken. De residentialisering van die bestaande landbouwgebouwen speelt zich af tegen de achtergrond van een landbouwsector die kampt met aanzienlijke economische en ecologische uitdagingen

zegt Marc Dillen van VCB. 

Sinds 2013 blijkt meer dan de helft van het bijkomend ruimtebeslag zich te situeren in landbouwgebied. Dat gaat overwegend over statistische wijzigingen in de ruimteboekhouding zoals de herindeling van bestaande woongebouwen binnen de landbouw naar wonen. Wanneer er nieuwe gebouwen bijkwamen, dan ging dit over landbouwgebouwen zoals grote stallen. Maar het ging niet over bijkomende woningbouw. Spreken van verstedelijking lijkt daarom de lading niet te dekken. Voorts vallen ook de aanleg van wegen en waterwerken onder het bijkomend ruimtebeslag in landbouwgebied. 

Met andere woorden, een groot stuk van het bijkomend ruimtebeslag van de laatste jaren zijn eigenlijk bestaande gebouwen met vaak grote tuinen die van plaats wisselden in de ruimteboekhouding. Met name van landbouw naar wonen. Om dergelijke statistische bijzonderheden te vermijden, vraagt de VCB al langer om verharding als leidraad te nemen. Het gaat immers om een bouwshift en de Vlaamse overheid stelt zelf vast dat verharding overwegend toeneemt rond stedelijke kernen. Dat wijst op verdichting conform de doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. 

Verpaarding of toch eerder verschaaping en biodiverse vertuining

In mei 2021 verscheen het laatste Landbouwrapport. Daaruit blijkt dat de landbouwsector vergrijst en te weinig opvolgers kent. In 20 jaar is het aantal professionals - overwegend familiebedrijven - in de sector met 40% afgenomen. Vaak komen veel grotere en intensievere landbouwbedrijven in de plaats. Maar gepensioneerde boeren kiezen tot op vandaag zelf wat zij met hun hoeve doen. En lokale overheden zijn goed geplaatst om na te gaan of een gevraagde functiewijziging van een bestaande hoeve opportuun is of niet. Die vertuining die heel wat gunstige ecologische effecten kan hebben op de leefomgeving, wordt door experts vaak aangeduid als verpaarding. Hoewel er paarden zijn, is ook die term eerder een veralgemening.

Evengoed kan je aanhalen dat er verschaaping is. Of dat er grote natuurlijke tuinen in landbouwgebied opduiken. Maar de term verpaarding sluit aan bij het narratief als zouden enkel heel kapitaalkrachtige huishoudens een stek in het buitengebied wensen. Op het terrein zal dat beeld veel diverser zijn. Dat de mogelijkheden in buitengebied ontzettend schaars zijn, is in elk geval een waarheid als een koe. Want bijkomende woningbouw is onmogelijk in landbouw- en natuurgebied. En beide zijn samen goed voor meer dan 70% van de oppervlakte. In de resterende 30% speelt zich alle menselijke activiteit af - buiten (intensieve) landbouw - en is intussen verdichting stilaan de norm.